Schrijf Lab

Vanuit Dance for Health zijn er een aantal schrijfworkshops georganiseerd onder begeleiding van Pauline Mol. Wie benieuwd is wat er tijdens deze sessies gedaan is, kan voortaan elke week een nieuw verhaaltje lezen op deze pagina.

Met dans weten we lijf en geest te prikkelen om weer in beweging te komen, om in onszelf de eigen kracht te vinden, om de regie te nemen en te houden. Alles met als achterliggend doel om fitter en energieker te zijn, maar bovenal op een manier de leuk en inspirerend is.
Zo ook bij het schrijven: voorop staat dat we er plezier aan beleven. Waar we in de schrijf workshops naar op zoek gaan, is te ervaren of we onszelf met de inspiratie uit het schrijversvak kunnen prikkelen en daarmee op een ontspannende manier – puur voor onszelf – kunnen trainen in woordenschat, geheugen, uitdrukken, voorlezen etc.

We willen na de zomer graag doorgaan met de workshops. Wil je volgende keer ook meedoen? Stuur ons dan een berichtje op info@danceforhealth.nl en dan houden we je op de hoogte van de plannen.

“Schrijven met mensen, dus schrijven als amateurkunst zou je kunnen zeggen, is voor mij in de eerste plaats het beoefenen en stimuleren van een soepele en scherpe geest, een manier om zo open en helder mogelijk om je heen en in jezelf te kijken. Het is jezelf loslaten en de ruimte geven vrij te bewegen in jouw universum, met jouw taal, energie, bewustzijn en jouw stilte. Ook hier geldt: alles is goed. Er hoeft niets bereikt te worden. 

Mijn vragen, opdrachten, oefeningen zijn altijd klein, concreet, voor iedereen te doen. Je hoeft geen enkele ervaring te hebben, je hoeft vooral niet de gedachte te koesteren dat je een schrijver moet zijn of worden. Meestal duren de oefeningen ook kort – 5, 10, misschien 20 minuutjes – en we doen ze direct ter plekke. 

Schrijven is een sterk individuele bezigheid en je kunt alles voor jezelf houden, als dat je voorkeur heeft, maar schrijven in een groep geeft een enorme verrijking en verdieping: iedereen schrijft en we kunnen elkaar aanspreken als luisteraar, we lezen aan elkaar voor. Al is dit nooit en voor niemand verplicht, ik maak zelden mee dat mensen nooit voorlezen. Zonder commentaar of oordelen, geeft voorlezen van je ruwe, ongepolijste tekst en luisteren naar die van anderen een enorme meerwaarde aan dat privé van je eigen woorden in de eigen schriftje. Nee, ons doel is niet te schrijven vóór elkaar, we schrijven om onszelf iets te vertellen en om onszelf of dat ‘iets’ te leren kennen en te onderzoeken. Voorlezen en luisteren begint meestal als een kwetsbare ontmoeting, maar het is er één die ons sterker maakt, het geeft vaak plezier, soms ontroering, altijd nieuwe inspiratie. Via de oren van de anderen horen we zelf beter wat we geschreven hebben. Of wat we nog meer, anders, helderder of levendiger willen schrijven.”

Pauline Mol studeerde Nederlands en Theaterwetenschap en schrijft tegenwoordig op freelance basis voor het jeugdtheater. Haar toneelstukken zijn sterk beïnvloed door sprookjes en mythen. Haar taalgebruik is veelal ritmisch en poëtisch; haar stukken confronteren maar bieden tegelijkertijd troost.

Ik zal je vertellen waarom ik je uitnodig.
Alhoewel, je moet er geen misbruik van maken, van deze informatie.
Als ik dans heb ik minder last van jou, vooral in mijn hoofd.
Dan voelt mijn lichaam alsof ik nog jong en gezond ben, en de hele wereld aankan.
Ondanks jouw gezelschap.
Eigenlijk trouwens wel raar dat ik zónder jou nooit zou zijn gaan dansen.
Hooguit heel af en toe eens op een disco-feestje, en dan nog een beetje houterig en met een opgelaten gevoel.
Samen met jou dansen zorgt dat ik me vrij voel op de dansvloer.
We hebben kort geleden in de Schouwburg zelfs voor publiek gedanst.
Niks opgelaten of onhandig gevoel, heel zelfverzekerd waren wij samen.
Eigenlijk vormen we een goed team.
Wat een bizarre ontdekking.
Het lijkt de omgekeerde wereld: ik blijk zo’n beperkende figuur als jij nodig te hebben om vrijuit te kunnen dansen.
Maarre… nu je het me geleerd hebt zou je ook wel weer op mogen zouten, hoor.
Dat is weliswaar stank voor dank, maar eigenlijk verdien je ook niet meer dan dat.

Een gloedvolle Woorden Schat

Eens, aan de andere kant van de nacht, kwam ik meneer Parking tegen. Dat is zo gek nog niet, ik ben ten slotte zijn zoon, een nazaad van een roemrijk geslacht, zoals u ongetwijfeld bekend is.

Het beminnen van woorden, het beschrijven van dromen die geboren worden uit zinstrelende verhalen was een van onze familiaire kwaliteiten. Op een dag, in het ochtendgloren van een nieuwe dageraad, liet Pa mij zijn dromen zien.

Nou, dat loog er niet om. Hier zijn relaas:

“Ik lag te brullen van verleden verdriet. Heftige traanstormen begroeven de vele leeftijdsplooien van mijn doorgroefd gelaat waar menige traan reeds de vaargeulen van het verleden hadden bezocht. Hete rivierstromen van verdriet zorgden voor een verstopping van de traanbuizen wier inhoud vervolgens werden gedempt of afgevoerd. Mijn schedel opende zich ten einde ruim baan te maken voor de proppen die zich als kauwgom aan mijn hersenen hadden aangekleefd.”

Wat is hier aan de hand, zo vroeg ik mij af. Pa vertelde me dat hij ooit werd overvallen door de behoefte om door stilstand te komen tot een beweging die een nieuw begin zou zijn om meer te begrijpen van zichzelf. Pfff, lekker ingewikkeld. Zover is het echter nooit gekomen. Wel heeft hij aan mij overgedragen dat het leven beweging is, je moet er niet teveel bij stil blijven staan.

Gewoon door het leven heenswingen. Met een lied op je tong en een dans in je hart.

Ik ben mijn ouders eeuwig dankbaar voor deze levensbeschouwelijke informatie.

Mijn hart plengt een gloedvolle traan die verdampt en zich een weg baant naar een nieuwe manier van leven in het heden.

Jubeltenen, platvoeten, bloemkooloren, klapkuiten en klutsknieën, het maakt niet uit. Ga met mijn eigen eigenheid mijn verarming omarmen en verwarmen.

Waarom ik dan nog, ondanks alle goede raad, toch mezelf nog vaak lig dwars te bomen, is geheel en al onduidelijk. Ga er maar een danspasje aan wagen. Misschien kom ik dan ooit nog tot de diepere lagen. Maar laat ik daar nu niet over door gaan zagen. Dat is een ander verhaal en, met de nodige dichterlijke vrijheid, barst dit later nog wel eens los, het is me nu teveel.

Laat alle poëzie maar in ‘t struweel.

Wordt vervolgd

In de eerste bijeenkomst stelden we ons niet aan elkaar voor door een verhaaltje over ons doen en laten, maar door tien minuutjes zomaar in het wilde weg, zoals het in ons opkwam, op papier te zetten waar we van hielden. We dachten niet na, we volgden spontane impulsen, we mochten ook onzin schrijven of onaffe zinnen, controle deed niet mee. Alles was goed, je kon er nooit naast zitten. (en dat gold ook voor alles wat we later nog gingen doen…)

Ik schreef in mijn schriftje:

 

Ik hou van het licht als het tegen de avond is en ik ben in mijn moestuin

ik hou van het tikken van vlinders tegen het raam

ik hou van witte wijn als hij veel vanille heeft, maar niet te veel hè

ik hou van vijgen en balsamico met blauwe kaas

ik hou van mijn kamer waar ik alleen ben

ik hou van koele lakens

ik hou van in bed met een schriftje en een boek en een krant en veel tijd, tot ik rugpijn krijg

ik hou van te veel praten

ik hou van duwen, al is dat nogal dom

ik hou van pulken aan korstjes

en wat hou ik toch van een tafel met mensen die stil zitten te schrijven en dan geroezemoes in de keuken.

Als een stergenoot

in de beerput

heen en weerkaatst

terugkeer

Als een poëet

   zichzelf niet ziet

hoeft het niet meer

                     Hij hoort meer dan wat hij ziet

hij kijkt tot ver in het verschiet

  heeft zijn pijlen al vroeg verschoten

     om achter de feiten aan te lopen

ommekeer

Hier ben ik weer en ik weet nog niet wat ik zeggen wil, maar zeker is dat ik nergens ben zonder jullie. Nou ja, ik ben graag in de stilte, ik zoek haar vaak op, ik acht haar hoog. Maar zonder jullie ben ik toch onmachtig en is de stilte ook de stilte niet meer. Ik weet hoe dicht we elkaar kunnen naderen, ik weet ook hoeveel ruzie ik met jullie kan hebben. Vooral ben ik ervan doordrongen hoe goed jullie je voor mij kunnen verstoppen. Dan tel ik tot tien en het helpt niet. Ik tel tot twintig, ik zoek in alle gaten en kieren, niets. Zelfs tot honderd, ik kan echt geduld hebben, maar toe.. alsjeblieft goede woorden, alsjeblieft lieve, grote, tedere, onschuldige, brutale, droge, smeuïge, kille en hete woorden, help me een beetje.

Ik snap het wel, jullie weten ook van niets, jullie zijn ook maar wat je bent, ongekozen in het veld gegooid, te grabbel voor wie je te grazen neemt, maar dat geldt ook voor mij! Begrijpen jullie? Ik ben dat ook! Mijn handen zijn leeg en ik ben maar een droom. Jullie zijn het zand en de kiezels, het gras, de plassen en de einder, met jullie kan ik op weg. Mag ik jullie uitnodigen voor een wandeling? Ik hang een zon aan de hemel, ik laat een briesje waaien en dan gaan we, nu meteen. En ik ga iets schrijven over.. ehh.. over.. ach, dat komt vanzelf, als we op weg zijn komt het vanzelf, ik ben er zeker van.

Ik ben klaar. Zullen we?

Ik wil respijt zei de geit.

Ik ben een vreemde eend in de bijt

en wil duidelijkheid

en een heleboel tijd

om zelf een draai te geven

aan alle onverwachte wendingen

die op stapel staan

en die ik zelf ook niet begrijp. 

Zo, lekker duidelijk dat geschrijf.

Maar in ieder geval

sta ik pal

om beter te luisteren

naar het mede-fluisteren

van mijn mede-mens,

die ander die in zijn eigen melodie

iets heeft ont-dekt

met de wind meeblaast

tot dat het mijn oor heeft bereikt

en de reikwijdte daardoor vergroot. 

Ik leg mijn oor te fluisteren

en hoor het luisteren

Van de tijdwind.

Er is een doelmatigheid

die vraagt om gerichte aktie,

een weg die zich uitbouwt,

zich wil voltrekken,

ondanks/dankzij mijzelf.

Je denkt dat wij vol nat zand zitten, hè?, en daardoor loodzwaar zijn, hè?, en daardoor lastig vooruitkomen, hè?, maar dat is toevallig mooi niet waar, luister maar naar de neuroloog, met ons is niks mis, het is enkel een communicatiestoornis in je hoofd, ja hallo, als wij geen goede commando’s krijgen dan doen we natuurlijk ook geen goede dingen, je kan onze spieren trainen zoveel je maar wilt, wat overigens wel fijn is, liever getrainde spieren dan slappe elastiekjes binnen in ons, maar echt beter lopen levert dat niet op, ga liever die regelkamer in je hersens eens een grote opknapbeurt geven, of neem een lange Zen-vakantie, ook daar gaan wij niet echt beter door functioneren, maar dan is het voor jou tenminste weer duidelijker dat je het ons niet kwalijk moet nemen, tenminste, we hopen dat je dan tot zoveel inzicht in staat zal zijn, en zo niet, dan niet, ons heb je er niet mee, wij blijven zitten waar we zitten, zolang je leeft, dus beter blijf je goede vrienden met ons.

Ook deze opdracht was een manier om ons aan elkaar voor te stellen (of misschien ook een beetje aan onszelf..?

Niet in de huiskamer waar iedereen mij in de weg zat en niet in de tuin waar altijd wel iemand mij kon zien en op me letten, niet op de slaapkamer, waar je overdag ook helemaal niet mocht zijn en ook niet… ja, in mijn hoofd! Ik was het allerliefste in mijn eigen hoofd, waar alles van mij was. Daar kon ik denken wat ik wou, al dacht ik vast ook heel veel wat ik helemaal niet wou denken. Dat is zo, dat is toch gewoon zo?

Ik keek graag naar anderen zonder dat ze keken naar mij, in de kerk of op school of als ik weer eens niet meespeelde met de andere kinderen of wél meespeelde, met verstoppertje bijvoorbeeld. Dan bleef ik in mijn hoofd en nam alles op.

In mijn hoofd bouwde ik een tuin met een tuinhuisje dat van mij alleen was – er was geen plek op de wereld helemaal van mij alleen – en daar mocht ik zelf weten wie er op de thee kwam, ik nodigde die uit, ze zaten op een bankje dat ikzelf had bedacht, aan een zelfgemaakt tafeltje en de thee was heet en dan konden we misschien wel praten, samen. Met mijn vader bijvoorbeeld. Geen zusjes, broers ook niet, maar mijn vader. Ik denk dat ik ook koekjes had in een ronde trommel en die bood ik dan aan. Mijn vader neemt er wel een. Hij vindt het lekker. ‘Lekker’, zegt hij.

Je kunt wel zeggen dat ik een dromer was.

iets wat je leuk vind om te doen

iets waar je met je hele hebben en houwen achter kunt gaan staan

iets dat verbouwereerd 

voordat je ook nog maar iets presteert 

iets dat gevoelig kan liggen 

iets dat je soms teveel raakt

iets waardoor je groeit en bloeit

De wereld is een betere plek om in te leven

              sinds Dance for Health

Daar staat hij. Op de dansvloer. Op zijn sokken. Mooie, kleurige sokken. Zoals altijd.

De muziek begint. Hij beweegt mee. Soepel. 

Eerst nog rustig aan, maar al gauw steeds sneller en sierlijker op de uitnodigende klanken en het toenemende tempo. 

Meegenomen door het ritme, één geworden met de melodie. 

Hij is de muziek, hij is de dans, hij is zichzelf.

Daar zit hij. Aan de schrijftafel. Met pen en papier. Een klein blocnote of een los blaadje. Graag zonder lijntjes.

Dan de schrijfopdracht. Even nadenken, en daar begint het. 

De ene gedachte na de andere borrelt op. In zijn hoofd? In zijn hart? In zijn hand die de pen stuurt? 

Waarvandaan ze ook komen, hij vangt ze in woorden en schrijft ze op. Het gaat maar door, het blijft maar stromen.

Hij is de gedachten, hij is de woorden, hij is zichzelf.

Ik kan niet altijd bij mijn hoofd,

Terwijl het zo dicht bij is.

Ja, bij mijn hoofd…….je hoort het goed. 

Mijn schouders, mijn nek en dan direct daarboven, een beetje scheef, mijn hoofd. 

Zit daar een beetje parmantig te wezen, als koning op een troon, 

uitkijkend over het vlakke land, mijn vlakke land, dat wacht, juicht, vecht en kraakt

Mijn hoofd, ja jij, ik kan niet altijd bij je. 

En als ik dan bij je kan, en je dan hunkerend als een spannend boek verslind, 

blijkt er opeens een deel 2 te zijn…. en 3……… 

Aan de ene kant geweldig, want uit is ook maar uit. 

Maar soms is het wel goed om weer een jaar te moeten wachten, voordat het nieuwe boek er is. 

Want ja, jij blijft míjn hoofd en ook jij raakt vol?  

Als je niet oppast dan stapelen de boeken zich ongelezen op in een hoek, 

waar de titels op de omslag je lonkend aanstaren.

En ja hoofd, zo voelt het vaak voor mij, dat als ik dan bij je ben, en jou een beetje denk te begrijpen, je 

direct weer door wil met meer. Terwijl ik het nog moet verwoorden zodat ook een ander er bij kan. En dan vergeet jij voor het gemak dat ze daarbuiten waarschijnlijk pas net aan seizoen 1 bezig zijn. 

En niet zoals ik in een moordend tempo, in zo’n lekkere marathonsessie, 

met een bak paprika chips en een lekkere Sauvignon, onderuitgezakt op de bank. 

Maar gewoon, lekker traag, hooguit 1 aflevering per week. Knoop dat maar eens in je oren. 

Want die zitten niet voor niets aan jou, hoofd!

Mijn hoofd, vol gedachtes ver voorbij vandaag, 

hier nu zittend, met jou, mijn hoofd, weer op mijn schouders,  

aan mijn tafel met mijn blanco schriftje en mijn nieuwe pen. 

Met je gedachtes ver voorbij vandaag, waar de tijd het ons zal leren.

Mooi want ik zou niet bij het idee kunnen dat het er niet toe doet of ik links of rechts ga, 

een eindje terug loop, om nog eens om te kijken naar wat toen ooit was, 

dan een sprintje trek om de verloren tijd in te halen, 

wat natuurlijk helemaal niet kan, maar dan toch, 

dus doe ik het gewoon.

Parkinson heeft geen gezicht.

alleen staat de boom in het koude landschap

het licht van de koude zon gaat langzaam uit

op de lege zee dobbert een boot onbemand

strand stuurloos op de rand van een vulkaan

een vage toekomst tegemoet

Parkinson heeft geen gezicht

vreet wreed in mijn lijf een eigen weg

langzaam traag maar zeker

als een slak laat het zijn

verwoestende sporen na

welke niet meer te helen zijn

Parkinson heeft geen gezicht

mijn leven is broos als eierschaal

knispert als droog gevallen herfstblad

dan weer een rollercoaster

 zonder einde of begin

leef ik onbewust de dagen…dag na dag

Parkinson heeft geen gezicht

na acht lange jaren en hete tranen

komt me zijn gezicht bekend voor

neem ik de regie in eigen hand

een vriend ..diepe zucht..zal hij nooit worden

toch weet ik niet meer

hoe het zonder zijn “schaduw” leven is

Parkinson heeft geen gezicht

Drieluik Parkinson   Beeldtaal/Papierengedachten   10 augustus 2016

Zoals te zien op de tentoonstelling Inside Out

There’s an old soul,

jumping in my skin.

Sometimes I wonder why

Why is it that I need to look

for the question

for all the answers given.

There’s a scream, living inside of me.

It calls for a more traditional way of being.

Nobody listens.

It shakes, trembles, shuts down.

Begging for attention.

All of my fibers, all the organs, all of me

we are fighting -for supremacy,

for originality of purpose and wellbeing.

A cry for protection, called for in later years,

is still desired, should almost be imposed…

 

* * * * * *

A weakness is a strength

                   not yet developed

                                         enough

Ultimately transforming 

into a moment of grace and realisation.

MIJN PARKIET EN IK

 

Vandaag ben ik vrij

Nu ben ik even geen parkiet Op mijn stokje

lk ben gewoon even blij

 

Vandaag geef ik kopjes

Vandaag fladder ik

Op eigen vleugels

lk voel mij voldaan

En pak de teugels

Van mijn bestaan

 

lk kwetter

lk schik mijn veren

Beweeg naar voren en naar achter

Mijn lichaam, mijn geest

Worden zo soepel en zachter

 

lk leef vandaag mijn eigen leven

En wens jullie al het fijns

Dat Anne Marie, die lieve schat,

Jullie gaat geven

 

Mijn kooitje staat open

lk ga er even uit

lk fiets, en ga wat lopen

lk ben blij

Want volgende week

Staat hier de deur weer open

Elfjes

Dit zijn kleine gedichtjes van elf woorden, één-twee-drie-vier-één. Kijk maar hieronder, dan snap je het meteen. Iemand noemt een eerste woord en iedereen schrijft één of meerdere elfjes in een paar minuten. Soms kom je er niet uit, maar je kunt evengoed verrast worden…

boven

op zolder

in mijn hoofd

woont een akelig eeuwig

ding

boven

mijn pet

een hele wereld

probeert mij te pakken

foert!

schrijven

willen wij

aan één tafel

midden op de stoep

Katshoek

schrijven

geeft mij

een ongekende vreugde

als de boom wil

bloesemen

schrijven

zei ze

is een eigenwijze

zij zingt haar eigen

lied

 

Voor Ghislaine

Frêle, broos, scheef, wankel,

dat is enkel buitenkant.

Niks aan te doen, al zou je wel willen.

Mooi gekapt, zwierige kleding,

ook dat is buitenkant.

Zó wil je zijn, zo wil je je voelen.

Wijkbusje regelen

met rollator op weg

stoel naast de docent

en dan…

Dan de muziek, de beweging, de dans

daar ga je, als een vlinder zo licht,

los van de last van je lichaam

Je danst alleen, met een ander, met de groep,

je zweeft vol passie, waar zijn je vleugels?

Je bent er voor anderen, je deelt je ideeën,

je aandacht, je liefde.

Ghislaine,

nooit kende ik

zo’n stoer en lief wijfie

als jij.

-Lidwien

Dansen

Eerst warming-up, met de hersens erbij.

Bewegen naar links, naar rechts, naar achter, naar voren.

Nu eens de handen, de armen, de schouders.

Dan weer de voeten, de knieën, de benen.

Alles komt los, ook wij van de stoelen.

We worden wat vrijer, we volgen de muziek, het ritme, ons zelf.

Alles wordt mogelijk, weg zijn de grenzen.

Wij zijn de beweging.

Schrijven

Eerst wat proberen, een paar woorden, wat zinnen.

Wat is de bedoeling, kan ik dit wel aan?

Een piepklein verhaaltje, een rijm van elf woorden,

als iemand het voorleest klinkt het toch wel mooi.

En dan gaat het los, we jongleren met woorden

zonder veel nadenken komt er iets op papier.

We verrassen onszelf, en verrassen een ander,

O is dit nou schrijven? Had dat dan gezegd!

Dansen en schrijven

Zoals ik met dansen deed kan ik ook schrijven

zonder te denken, gewoon op gevoel.

Zoals ik met schrijven deed kan ik ook dansen

ik laat mijn lijf los en zie wel wat het doet.

Ik dans en ik schrijf en ik dans en ik schrijf,

vrij als een vogel, ik kan doen wat ik wil.